Olieverf op doek met de voorstelling van het Gouden kloosterjubileum van Aegidius de Glabbais. Pastoor Aegidius de Glabbais (Brussel 1651 - Amsterdam 1722) vierde zijn gouden kloosterfeest op 8 december 1717. Dit zeldzaam monumentale groepsportret van een aantal priesters legt een aantal plechtigheden vast die horen bij het gouden kloosterjubileum van een minderbroeder. Hij krijgt van Petrus van Veghel de zegenkrans op het hoofd. De beide jongere assistenten, Joannes Rademaker en Joannes Heukelman, bieden de staf des ouderdoms en de kaars aan, als teken van zijn verlichtende wijsheid. De handelingen vinden op diverse tijdstippen plaats, maar zijn hier in één beeld verenigd. De jubilaris is Aegidius de Glabbais, pastoor van de Mozes en Aäronkerk tussen 1681 en 1722. Opvallend is dat drie van de vier geestelijken pruiken dragen en de jongste zijn lange haar los draagt. Opvallend is verder dat de pruik van De Glabbais zwart van kleur is. Dat geeft hem een jonger uiterlijk. De compositie van het werk heeft schilder Jacob de Wit (Amsterdam 1695-1754) deels afgeleid van een altaarschilderij van zijn grote voorbeeld P.P. Rubens; het werk de wonderen van st. Ignatius uit de collectie van het Kunsthistorisches Museum Wenen. De rijke liturgische kleding van de pastoor en zijn drie kapelaans, de pruiken en de statige omgeving verlenen het schilderij een bijna koninklijke allure. Het schilderij is een bruikleen van de orde minderbroeders franciscanen Nederland en is afkomstig uit de pastorie van de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam.