Zelfportret van René van den Broek (1952, Weert) dat schetsmatig is opgebouwd uit een scala aan voornamelijk paarse, roze en mauve tinten. De contouren van het gezicht, de bril, haren en het overhemd zijn met een enkele lichtende lijn aangegeven, die met de achterzijde van het penseel in de toen nog natte verf is getekend. Links in beeld de opdringerige aanwezigheid van het duistere zwart. Voor de schilder Van den Broek is het onderscheid tussen figuratie en abstractie nauwelijks interessant. Hij werkt beurtelings figuratief en non-figuratief en laat dit zonder schroom ook samenkomen in één en hetzelfde schilderij. Schilderen is voor Van den Broek op de eerste plaats een zoektocht met de ‘taal’ van de verf. Al werkt hij met regelmaat langere tijd aan een specifiek thema, dat thema vormt slechts aanleiding: “Het schilderij wil op de eerste plaats schilderij worden en niet louter en alleen verhaal”. De specifieke schilderkunstige aspecten zoals kleur, vorm, lijn, factuur en compositie spelen in zijn werk altijd de hoofdrol.