Het intense blauw en heldergeel van dit werk van Han Schuil (Voorschoten, 1958) verwijzen naar de lucht en het koren in Van Gogh’s beroemde Korenveld onder dreigende lucht met kraaien uit 1890. Het motief van dat werk greep Schuil aan, maar zijn schilderij lijkt niet op de Van Gogh. Het komt er hooguit in hyper gestileerde vorm bij in de buurt: de suggestie van een immense nachtelijke hemel boven de heftig gele, strakke streep. Het resultaat is een schilderij dat tegen de vluchtigheid ingaat. Schuil ziet zijn schilderijen graag als hedendaagse iconen, zonder een specifieke godsdienstige symboliek, maar wel als “een beeld dat een soort altaarstuk is, een vrijplaats waar je stil kunt staan bij dingen.” Schuil wil liever geen abstract schilder worden genoemd. Het gaat hem erom dat zijn geabstraheerde beelden associaties oproepen bij de kijker. De motieven hiervoor vindt hij overal om zich heen. “Ik zie iets, isoleer het en zet het om in een nieuwe realiteit”. Een opvallend aspect in zijn oeuvre vormt het materiaal waarop hij schildert: aluminium platen. Zoals in dit werk waarin hij twee platen zodanig tegen elkaar heeft gemonteerd dat de naad met nagels in het midden meteen in het oog springt. Vervolgens is laag over laag – dof of transparant, met textuur of zonder – de verf aangebracht.