Keramiekplastiek voorstellende een tronende Maria Magdalena met gesloten ogen en naar beneden kijkend. De handen liggen gevouwen in haar schoot. In de jaren tachtig maakte beeldhouwster Desiree Tonnaer (Thorn, 1955) een serie beelden geïnspireerd op de soms duizenden jaren oude mummies uit Peru. Deze Maria Magdalena vormt een slotakkoord van die reeks. Tonnaer bouwde de beelden op met lappen uitgerolde klei met een korrelige structuur. Het verleidelijke haar, een belangrijk kenmerk van Maria Magdalena, is hier verworden tot slierten. Ze zijn gemaakt van in klei gedrenkte jute doeken. Tijdens het bakken van de klei verkoolt het textiel. Zo ontstaat een broos beeld, met scheurtjes en barsten die de sfeer van vergankelijkheid versterken. Maria Magdalena werd in 591 door Paul Gregorius de Grote ‘gecreëerd’ door een aantal Bijbelse vrouwen samen te voegen: Maria uit Magdela die onder het kruis stond en aan wie Jezus als eerste verscheen na zijn opstanding, een niet nader benoemde zondares die zijn voeten waste en tot slot, Maria van Bethanië. De zus van Lazarus, een voorname en rijke vrouw. In de loop der tijd trad er nog een vermenging op met Maria van Egypte, een ex-prostitué bekend vanwege haar lange haren. Zij leefde 30 jaar lang boetvaardig in de woestijn. In de 19e kwamen er geschriften boven water waarin Maria Magdalena werd beschreven als een bijzondere leerling van Jezus. De apostel Petrus echter is afgunstig en verkondigt het standpunt dat Jezus alleen mannelijke volgelingen had. Dat idee werd nog eens versterkt door de nadruk die de kerk legde op haar zondige leven. Pas recentelijk zien we een ommekeer en wordt Maria Magdalena gezien als kroongetuige van Jezus, intelligent, eigengereid, een sterke vrouw.